Fotoreizen Noorwegen

Noorwegen is een topland voor fotografen vanwege de grote hoeveelheid natuur. Nordic Vision richt zich op een aantal gebieden in Noorwegen: Nationaal park Rondane in Midden-Noorwegen, de eilandengroepen Lofoten en Vesterålen in Noord-Noorwegen, het eiland Spitsbergen en nieuw in 2017 Varanger Fjorden.

RONDANE
Het nationaal park Rondane is in 1962 opgericht en daarmee het oudste van het land. Rondane is een hooggebergte met 10 toppen boven de 2000 meter, waarvan de hoogste Rondeslottet (2178 meter) is. Het gebied ligt bijna volledig boven de boomgrens. Het karakter van Rondane wordt bepaald door de afgeronde toppen en de broze gelaagde steenmassa. Vanwege het droge klimaat en de voedselarme bodem is de vegetatie van het park relatief arm. Op slechts weinig plekken komen bloeiende planten voor, het grootste deel van het park is erg rotsachtig en wordt bedekt door korstmossen. Het is een van de oostelijkste gebieden in Noorwegen waar nog wilde rendieren voorkomen.
In ieder jaargetijde is Rondane aantrekkelijk. In de winter kun je mooi wandelen met sneeuwschoenen. Al wandelend door het enorm uitgestrekte landschap merk je hoe nietig de mens kan zijn in een omgeving die aandoet als een poollandschap. In de herfst kleurt Rondane naar allerlei tinten rood, bruin en geel, veroorzaakt door de grote variëteit aan korstmossen. Dit is een prachtige periode voor fotografen om Rondane te bezoeken vanwege de zogenaamde “Ruska”, de Noordse Indian Summer. Rondane is in ieder jaargetijde voor fotografen een lust, alleen al vanwege het mooie spel van lucht en licht.

LOFOTEN
Lofoten is een eilandengroep voor de kust van Noorwegen in het noorden van Noorwegen en wordt ook wel het mooiste eilandenrijk ter wereld genoemd. Deze eilandengroep is vooral bekend vanwege zijn rijke visserijtraditie. Het beeld van Lofoten wordt dan ook gedomineerd door houten rekken met kabeljauw die hangt te drogen. Het landschap op de Lofoten en in het bijzonder het samenspel tussen het licht enerzijds en de atmosfeer, bergen en het water anderzijds, lokken al meer dan een eeuw schilders en fotografen. Het landschap zelf wordt veelal als grootste attractie bestempeld.
De Warme Golfstroom zorgt in vergelijking met andere regio’s op gelijke breedte, zoals bijvoorbeeld Alaska of Groenland, voor een mild kustklimaat (Svolvær heeft een gemiddelde temperatuur van -1.5°C in januari). De Lofoten kennen als zodanig zachte winters en een verhoudingsgewijs koele zomer. Wel kan het stevig waaien in de winter waardoor de gevoelstemperatuur sterk daalt. Sneeuw is niet ongewoon in de winter, zeker op de bergen. Naast een rijk zeeleven (o.a. walvissen, orka’s), heeft Lofoten ook een grote populatie zeearenden, aalscholvers en vele andere soorten zeevogels zoals de papegaaiduiker. Ook otters en elanden komen op Lofoten voor. Doordat Lofoten een kustgebied is biedt het goede mogelijkheden voor observatie van Noorderlicht (Aurora Borealis). Wolken waaien veelal snel weg en er is weinig verstoring door licht vanaf de grond.
Ook in het voorjaar is Lofoten zeer interessant voor fotografen. Het bekende midzomernacht-fenomeen zorgt voor prachtige lichten en uitzichten. De zon gaat niet meer onder en allerlei vormen van daglicht/schemer maken het uitermate fotogeniek.

VESTERÅLEN
Vesterålen is een eilandengroep direct ten noorden van Lofoten. De eilandenarchipel ligt op 200 kilometer ten noorden van de poolcirkel en heeft 32.200 bewoners. De hoofdstad is Sortland. Hoewel veel mensen Lofoten wel kennen, is het vergelijkbare Vesterålen relatief onbekend. En dat is volkomen onterecht. Het landschap van Vesterålen is zeer vergelijkbaar met Lofoten, maar nog rustiger. Alle eilanden van Vesterålen bij elkaar hebben een oppervlakte van 3100 vierkante kilometer.

Het landschap van de diverse eilanden is heel afwisselend: ruig berggebied met spitse bergtoppen tot uitgestrekte, in cultuur gebrachte landerijen langs de kust met relatief veel bewoners. Vesterålen is het gebied van fjorden en inhammen, scheren, rivieren en meren, valleien en uitgestrekte vlaktes.
Vesterålen heeft relatief gezien zachte winters en redelijk warme zomers, wat typerend is voor gebieden met een kustklimaat. Zo is de gemiddelde temperatuur van februari, de koudste maand, twee graden onder nul. In januari tot en met maart valt de meeste sneeuw. In december en een deel van januari komt de zon in Vesterålen niet boven de horizon. Het ‘donkere’ seizoen is op tal van manieren heel fascinerend, met name door het noorderlicht en door de speciale blauwe tinten die een mystieke deken van licht uitspreiden over het met sneeuw bedekte landschap. Daarentegen gaat de zon niet onder in de periode van 23 mei tot 23 juli.

Vesterålen heeft een rijke en gevarieerde vogelstand. De voedselrijke wateren rond de eilanden bevatten meer dan genoeg voedsel voor een groot aantal zeevogels. Alle normaal voorkomende vogelsoorten van de noordelijke breedtegraden komen hier voor. Tot de zeldzame vogelsoorten horen de zwartstaart wulp, die alleen op Andøya nestelt. De Noordse stormvogel en de Jan van gent komen alleen in de kustgebieden voor. Papegaaiduikers, alken, zeekoeten, aalscholvers, reigers en zwanen zijn andere fascinerende verschijningen tussen de zeevogels. Het aantal zeearenden is de laatste jaren explosief gestegen. De bekendste vogelrotsen zijn te vinden bij Nykvåg en Hovden bij Bø en Bleik in Andøy.

Vesterålen is ook een hotspot voor walvissafari’s. In de wateren rond Vesterålen vind je o.a. orka’s, bultruggen en potvissen.

SPITSBERGEN
Spitsbergen is een eilandengroep in de Noordelijke IJszee, zo’n 565 km ten noorden van Noorwegen, die uit drie grotere en een tachtigtal kleine eilanden bestaat. De eilandengroep maakt sinds 1920 met een apart statuut deel uit van het koninkrijk Noorwegen. De oppervlakte is ca. 62.000 km², waarvan 60% bedekt is met gletsjers. Op de hele archipel wonen, afhankelijk van het seizoen, 3000 tot 4000 mensen, waarvan ongeveer de helft in de hoofdstad Longyearbyen. Landinwaarts is het landschap ruig met steile bergen. De meeste bergen zijn tussen de 800 en 1300 meter hoog. De hoogste bergtop is Newtontoppen (1713 meter). Perriertoppen is vrijwel even hoog (1712 meter).

De naam Spitsbergen is gegeven door de Nederlander Willem Barentsz in 1596, toen hij onderweg was naar Nova Zembla, op zoek naar een noordelijke route naar Oost-Azië. In 1925 werd de Noorse naam voor de Spitsbergenarchipel, Svalbard, vastgesteld. Deze naam werd gekozen naar een vermelding in een IJslandse tekst uit de twaalfde eeuw en betekent “koude rand” of, vrijer vertaald, “koude kust”. Er is overigens geen enkel bewijs dat de in die tekst genoemde naam daadwerkelijk betrekking had op Spitsbergen. Mogelijk werd er een stuk van de Groenlandse kust mee bedoeld.

Dankzij de Golfstroom wordt het niet extreem koud op Spitsbergen en blijven de wateren rondom het eiland voor het grootste deel van het jaar ijsvrij en bevaarbaar. De gemiddelde wintertemperatuur is -12°C, de gemiddelde zomertemperatuur +5°C. De westkant is warmer dan de oostkant; dit wordt veroorzaakt door de loop van de Golfstroom. Doordat de zee in het voorjaar het koudst is, is maart ook de koudste maand van het jaar. De laagst gemeten temperatuur op Spitsbergen kwam voor in maart 1986. Toen werd het -46,3 graden. In juli en augustus is het zo’n +4 tot +6 graden en in Longyearbyen is het in juli gemiddeld +6,2 graden. Op een mooie dag stijgt de temperatuur soms tot +12 graden. In juli 1979 steeg de temperatuur tot +21,3 graden en dat was zeer uniek. In de lagere delen van Spitsbergen is de bodem bedekt met sneeuw tussen september en begin juni. Slechts een paar maanden is de sneeuw gesmolten. Boven de 600 meter ligt er het hele jaar door sneeuw.

Zo’n 7 procent van het land is bedekt met vegetatie. In de zomer ontdooit de bovenste laag in beschutte delen en kan de flora tot leven komen. In de omgeving van Longyearbyen groeien zo’n 100 soorten planten en op heel Spitsbergen zijn er 176 bekend. Op Spitsbergen zijn vijf soorten bomen te vinden. Dit zijn vier soorten wilgen en één berksoort. Deze bomen worden nooit hoger dan 30 centimeter. Daarna vriezen ze dood.

VARANGER
Varanger is een schiereiland in de provincie Finnmark, Noorwegen. Het is gelegen in het meest oostelijke deel van Noorwegen, langs de Barentszzee. Het schiereiland grenst aan de Tanafjorden in het westen, de Varangerfjord in het zuiden, en de Barentszzee in het noorden en oosten.
Het schiereiland gaf de naam aan de Varangian ijstijd periode. Een groot deel van dit schiereiland, waaronder de stad Vardø (gelegen op een eiland voor de kust van het schiereiland), heeft een arctisch toendra klimaat. Echter, aan de zuidkust, waaronder de stad Vadsø, is er voldoende zomerse warmte voor berken om te groeien. Het gebied heeft een ruig bergterrein met hoogtes tot 633 meter.
Het Noorse Directoraat voor Natuurbeheer heeft een project op het schiereiland voor de herintroductie en de bescherming van de poolvos, die ernstig in gevaar wordt gebracht op het Noorse vasteland.
Er zijn vele soorten zeevogels langs de kust van het schiereiland; sommige arctische vogelsoorten brengen de winters door langs de kust van het schiereiland. De Varangerhalvøya National Park beschermt een meerderheid van het land op het schiereiland.